Sarnix.Blog Rotating Header Image

siebelink

Sarnix ter explicatie

In mijn vorige post stelde ik expliciet dat er geen pointe was. Echter, er was natuurlijk wel een pointe, maar die kwam me niet als heel bijzonder of interessant voor de lezer voor. Ik deed mijn beklag over de saaie boeken die geproduceerd worden door schrijvers, die gerekend worden tot de top van de nederlandse literatuur. Nog even in herhaling en kort door de bocht: Mulisch, gave techniek, maar kan al zijn pretenties nergens waarmaken. Afth, erg onderhoudende monoloog c.q. dialoog, maar tergend saai en traag om te lezen (als je Proust, Mishima, Dostojevski e.d. gelezen hebt kan je zoiets redelijk beoordelen), Leon de Winter en Nooteboom hebben hetzelfde manco, aanvankelijk kwamen ze beiden met kwalitatief en inhoudelijk erg lezenswaardige boeken geschreven, maar zij zijn langzaam uitgeblust. Ik heb geen idee waar Jan Siebelink staat, maar op Knielen op een bed violen valt veel en veels te veel en meer dan dat aan te merken.

In mijn vorige post heb ik mijn beklag gedaan en nu in korte vorm herhaald. Mijn beklag geldt die als consument. Ik heb zelf vooralsnog geen literaire aspiraties en vind niet dat ik mezelf met eerdergenoemde schrijvers zou moeten meten of dat ik anderszins afbreuk aan hen zou willen doen. Ik ben een lezer, die meer interessante en lezenswaardiger boeken wil lezen.

Mijn vorige post was geenszins bedoeld als polemiek, al zou ik comments, die hier toe uitnodigen, niet uit de weg gaan. Ik breng geen stellingen naar voren die om een polemiek vragen. Iedereen kan vinden wat hij/zij van Mulisch, Afth etc. vindt. Ik deed enkel mijn beklag en misschien is het zelfs juister om te stellen dat ik in plaats van een klacht een wens uitsprak om meer interessante en lezenswaardiger boeken te kunnen lezen.

Sarnix doet zijn beklag

Hoewel Sarnix niet alleen te klagen heeft, want hij heeft voor 15 euro het verzameld werk van Gerard Reve bij de Slegte kunnen kopen. En terwijl ik vanavond in “Op weg naar het einde” van Reve aan het lezen was, waarin het literaire wonderkind H.M. in voorkwam (Reve’s woorden), verzamelden zich in mijn hoofd gedachten rond deze H.M.

Het gaat natuurlijk over Harry Mulisch en dat Reve hem een literair wonderkind noemt is begrijpelijk, zeker bezien vanuit het moment van schrijven. Desalniettemin voel ik me altijd geroepen om het enthousiasme rond Mulisch wat te temperen. De oorzaak ligt hiervan ligt in een ver verleden. Ik was 19 jaar oud en reisde in die tijd veel per trein. Zo reisde ik op een zondagavond van Rotterdam naar Venlo, een 2.5 uur durend traject. Om deze te overbruggen had ik “Voer voor psychologen” bij me en was bijzonder, maar dan ook bijzonder nieuwsgierig naar de inhoud. Misschien van alle teleurstellingen in mijn leven was dat niet de grootste, maar dan toch zeker wel de grootste literaire teleurstelling. Een niemandalletje vol nietszeggendheden en ik kan me daar niet in genoeg tautologieen over uitdrukken.

Ik las dat zijn vader hem voorlas uit Schopenhauer toen H.M. 5 jaar oud was met de suggestie, of was het een insinuatie, dat H.M. een groot, zo niet de grootste, filosoof was. Ik las dat hij als geen ander de dialoog bij Dostojevski had bestudeerd en als geen ander in zag dat Aantekeningen uit het ondergrondse een kentering was in Dostojevski’s oeuvre. Over de dialoog van Dostojevski had hij niets te zeggen, behalve dat hij hem als geen ander had bestudeerd. En de genoemde kentering is voor iedereen en ook voor iedereen voor Mulisch zo klaar als een klontje en is een uitspraak die in ieder stukje proza gewijd aan Dostojevski kan worden teruggevonden.

Het probleem van H.M. is dat hij zichzelf als een bijzonder intelligent persoon beschouwt, waar hij op zijn best een redelijk intelligent persoon is. Zijn gedachten en ideeen zijn altijd bijzonder overzichtelijk in die zin dat de spanwijdte van zijn gedachten en ideeen altijd erg overzichtelijk is. Waar schrijvers als bv. Vestdijk en Hermans scherpzinnige personages neer kunnen zetten, daar weet H.M. consequent en nauwgezet de plank mis te slaan. Grote voorbeeld zijn Max en Onno uit De ontdekking van de hemel. Je kunt een buitengewoon intelligent personage neer willen zetten, maar je kan geen intelligenter personage dan je zelf creeeren. Zo kan hij Onno hyperintelligent noemen, maar uit zijn woorden en handelingen blijkt Onno toch maar erg gewoontjes in zijn intelligentie om over Max maar te zwijgen. (Ik overdrijf een beetje en noem Onno altijd een dumb fuck, maar dat voert net te ver.)

Terwijl ik zo mijn vertrouwde riedeltje over H.M. in mijn hoofd afdraaide bedacht ik me dat wat voor Mulisch opgaat voor wat wellicht als algemeen de top van de nederlandse literatuur wordt beschouwd opgaat. Mulisch is iemand, die boeken schrijft die ik niet hoef te lezen, maar die in TV-programma’s of interviews wel aardig is om te lezen, te zien of naar te luisteren. Dat geldt eveneens voor Leon de Winter, A.F.Th. van de Heijden en Cees Nooteboom. Stuk voor stuk interessante schrijvers om naar te luisteren en te zien, maar niet om te lezen, integendeel.

Net als in eerdere stukjes kom ik niet met een expliciete pointe. Geen statement over de huidige stand van zaken in de nederlandse literatuur. En Jan Siebelink laat ik vooralsnog ook met rust. Ik heb mijn beklag gedaan, pointes zoek je zelf maar (en dat is niet zo vervelend bedoeld als het wellicht overkomt).