Sarnix.Blog Rotating Header Image

schopenhauer

Sarnix doet zijn beklag

Hoewel Sarnix niet alleen te klagen heeft, want hij heeft voor 15 euro het verzameld werk van Gerard Reve bij de Slegte kunnen kopen. En terwijl ik vanavond in “Op weg naar het einde” van Reve aan het lezen was, waarin het literaire wonderkind H.M. in voorkwam (Reve’s woorden), verzamelden zich in mijn hoofd gedachten rond deze H.M.

Het gaat natuurlijk over Harry Mulisch en dat Reve hem een literair wonderkind noemt is begrijpelijk, zeker bezien vanuit het moment van schrijven. Desalniettemin voel ik me altijd geroepen om het enthousiasme rond Mulisch wat te temperen. De oorzaak ligt hiervan ligt in een ver verleden. Ik was 19 jaar oud en reisde in die tijd veel per trein. Zo reisde ik op een zondagavond van Rotterdam naar Venlo, een 2.5 uur durend traject. Om deze te overbruggen had ik “Voer voor psychologen” bij me en was bijzonder, maar dan ook bijzonder nieuwsgierig naar de inhoud. Misschien van alle teleurstellingen in mijn leven was dat niet de grootste, maar dan toch zeker wel de grootste literaire teleurstelling. Een niemandalletje vol nietszeggendheden en ik kan me daar niet in genoeg tautologieen over uitdrukken.

Ik las dat zijn vader hem voorlas uit Schopenhauer toen H.M. 5 jaar oud was met de suggestie, of was het een insinuatie, dat H.M. een groot, zo niet de grootste, filosoof was. Ik las dat hij als geen ander de dialoog bij Dostojevski had bestudeerd en als geen ander in zag dat Aantekeningen uit het ondergrondse een kentering was in Dostojevski’s oeuvre. Over de dialoog van Dostojevski had hij niets te zeggen, behalve dat hij hem als geen ander had bestudeerd. En de genoemde kentering is voor iedereen en ook voor iedereen voor Mulisch zo klaar als een klontje en is een uitspraak die in ieder stukje proza gewijd aan Dostojevski kan worden teruggevonden.

Het probleem van H.M. is dat hij zichzelf als een bijzonder intelligent persoon beschouwt, waar hij op zijn best een redelijk intelligent persoon is. Zijn gedachten en ideeen zijn altijd bijzonder overzichtelijk in die zin dat de spanwijdte van zijn gedachten en ideeen altijd erg overzichtelijk is. Waar schrijvers als bv. Vestdijk en Hermans scherpzinnige personages neer kunnen zetten, daar weet H.M. consequent en nauwgezet de plank mis te slaan. Grote voorbeeld zijn Max en Onno uit De ontdekking van de hemel. Je kunt een buitengewoon intelligent personage neer willen zetten, maar je kan geen intelligenter personage dan je zelf creeeren. Zo kan hij Onno hyperintelligent noemen, maar uit zijn woorden en handelingen blijkt Onno toch maar erg gewoontjes in zijn intelligentie om over Max maar te zwijgen. (Ik overdrijf een beetje en noem Onno altijd een dumb fuck, maar dat voert net te ver.)

Terwijl ik zo mijn vertrouwde riedeltje over H.M. in mijn hoofd afdraaide bedacht ik me dat wat voor Mulisch opgaat voor wat wellicht als algemeen de top van de nederlandse literatuur wordt beschouwd opgaat. Mulisch is iemand, die boeken schrijft die ik niet hoef te lezen, maar die in TV-programma’s of interviews wel aardig is om te lezen, te zien of naar te luisteren. Dat geldt eveneens voor Leon de Winter, A.F.Th. van de Heijden en Cees Nooteboom. Stuk voor stuk interessante schrijvers om naar te luisteren en te zien, maar niet om te lezen, integendeel.

Net als in eerdere stukjes kom ik niet met een expliciete pointe. Geen statement over de huidige stand van zaken in de nederlandse literatuur. En Jan Siebelink laat ik vooralsnog ook met rust. Ik heb mijn beklag gedaan, pointes zoek je zelf maar (en dat is niet zo vervelend bedoeld als het wellicht overkomt).

Een mening

De reden dat ik geen mening verkondig is omdat meningen mij doorgaans niets bieden. Daaruit volgt de gedachte dat mijn mening anderen evenmin iets te bieden heeft. Mijn mening heeft waarde voor mij en daar houdt het op.

Meningen bieden mij niets, omdat ze niets vertellen over de werkelijkheid zoals wij die kennen of zoals die zich aan ons voordoet. Een mening zegt iets over de persoon die hem aanhangt. Zoals ergens eerder gezegd geloof ik niet in de vrijheid van de wil en daardoor ook niet in de vrijheid van een eigen mening. Er is een situatie, er is een bepaalde mate van kennis en voorhanden zijn van argumenten. Daaruit volgt je mening en daar heb je geen keuzevrijheid in.

De factoren die een mening maken zijn wellicht beperkt, maar ik kan geen uitputtende lijst geven. De voornaamste zijn persoonlijkheidstructuur (bij gebrek aan een minder vage duiding), intelligentie, bekendheid met de materie, voorhanden zijn van argumenten/perspectieven, gemoedstoestand, geldingsdrang (al kan je dat onder persoonlijkheidstructuur plaatsen), sociale omgeving en vooringenomenheid.

Intelligentie is doorgaans de meest opzichtige eigenschap, die zich laat kennen. Dat behoeft geen betoog, dunkt me. (De eerste keer dat ik “dunkt me” gebruik. Moest gezegd.) Bekendheid met de materie of de hoeveelheid kennis, die iemand heeft van een onderwerp heeft, zegt vooral iets over een persoon in verhouding tot de waarde die die persoon aan zijn mening lijkt te hechten. Nu kan je die hoeveelheid kennis nog opsplitsen in parate kennis en kennis, die iemand zich heeft moeten verwerven door er tijd en moeite in heeft moeten steken. De mate van het moeite getroosten is ook een bron van kennisgeving. Wil iemand zichzelf van informatie voorzien? Wil iemand die informatie in een sociale context gebruiken, op wat voor manier en houdt het daar op?

De aardigste eigenschappen, die van invloed op een mening zijn, vind ik de gemoedstoestand en vooringenomenheid. Waarschijnlijk omdat mijn eigen mening nogal wil muteren aan de hand van mijn gemoedstoestand. In vroeger tijden hield ik er ook een rationele mening op na, maar sinds jaren gun ik mezelf de vrijheid van een irrationele mening. En het gehele politieke spectrum is van mij, van links tot rechts. (Al zijn er stromingen waar ik me nooit bij thuis zal voelen.) Het voordeel van een irrationele mening is dat hij oprecht is en dat je je daarbij thuis kunt voelen. Een redeneertrant kan zijn: “Ik voel dat ik deze mening heb en daarom is deze mening mijn mening. Ik heb geen argumenten om hem te verdedigen en ik heb geen argumenten om jouw mening in diskrediet te brengen, maar ik voel dat mijn mening juist is en ik weet niet waar de schoen wringt, maar jouw mening is een leugen.” Dit lijkt een oppervlakkig praatje, maar de ervaring leert, zoals al gezegd, dat het een oprechte mening is. In de politiek zal het geenszins werken, maar in mijn persoonlijk leven kan ik er behoorlijk mee uit de voeten. Mensen kunnen schamper reageren, maar uiteindelijk moet je de waarheid vinden waar jij mee wilt leven. (Voorgaand voorbeeld is vooral een goed middel om je niet mee te laten slepen in een vervelende discussie, waar je geen zin in hebt.) Ik heb gezegd er is geen keuzevrijheid in je mening, maar je kunt je bewust worden van de immateriele waarde die een mening/waarheid voor je kan hebben en deze aanhangen omdat hij waarde voor je heeft. Zo’n mening is doorgaans vele malen interessanter dan een rationeel verhaal, dat van voor naar achter is dicht gemetseld. Omdat een mening toch maar een verlengstuk van je ego is brengt het ego duidelijker onder het voetlicht en daarin zit de oprechtheid. (De laatste zin is kort door de bocht. Ik weet het.)
Aardiger dan de gemoedstoestand is de vooringenomenheid van de mens. Hierin komt zijn irrationaliteit volledig tot bloei. In veel gevallen wil dit tegen de borst stuiten, omdat het vaak getuigt van gebrek aan zelfkennis of andere vormen van kortzichtigheid. Vooringenomenheid kan je vooral tegenkomen op de opinie pagina’s van kranten en kranten/tijdschriften, die ingezonden brieven publiceren. Bij het laatste is het doorgaans het ventileren van een mening, wat soms zelfs gelijk kan staan als het luchten of ruchtbaarheid geven aan bepaalde gevoelens. De eerste (en ik moet bekennen eigenlijk alleen bekend te zijn met de NRC, maar grote kans dat het ook opgaat voor andere dagbladen) zijn doorgaans meer essayistisch van aard. Er is een inleiding, eventuele referenties naar eerdere publicaties, een lijst van argumenten voor en tegen en uiteindelijk de conclusie. Deze conclusie is vaak in staat volledig los te komen van al het voorgaande. Hoe helder een situatie geschetst ook wordt mensen zijn in staat om er een al even troebele conclusie aan te verbinden. De situatie an sich is helder, maar zodra hun persoonlijkheid er mee aan de haal gaat is er grote kans van een weinig oprechte houding t.o.v. het eerder geschrevene en bepaalt hun vooringenomenheid hun positie.
Uit mijn eigen leven zal ik een futiel voorbeeld geven, wat indirect een opmaat is voor wat 1 van mijn volgende posts zal worden (Thierry Henry, de meest overschatte voetballer van dit decennium)).
In 2004 was er het EK voetbal in Portugal. Griekenland en Frankrijk zouden elkaar treffen. Mijn analyse vooraf. Griekenland speelt zeer gesloten, met linies dicht op elkaar, geven weinig ruimte weg, krijgen weinig doelpunten tegen en scoren iedere wedstrijd wel een keer. Frankrijk weet tegen verdedigende ploegen het spel niet te maken, hebben veel ruimte nodig als team en zeker de spitsen (Henry en Trezeguet), ze scoren heel moeilijk en krijgen iedere wedstrijd wel een doelpunt tegen en Desailly heeft het langste haar van de basisspelers. (Dit is veel grappiger dan op het eerste gezicht lijkt.) Zo beschouwt is een 1-0 winst van Griekenland bijzonder voor-de-hand-liggend. Ondanks deze analyse dacht ik dat Frankrijk zou winnen, terwijl ik geen enkel argument daarvoor had aangedragen, maar Frankrijk heeft goede voetballers en Griekenland eigenlijk niet. Griekenland heeft uberhaupt niets op het EK te zoeken (en toch vind ik het leuk dat ze hebben gewonnen.) Als ik een poule had moeten invullen had ik mijn geld op 1-0 voor Frankrijk gezet. Uiteindelijk won Griekenland met 1-0 en dat was volmaakt logisch. Niet dat voetbaluitslagen gebaseerd zijn op logica, maar achteraf leek dit niet anders dan 1-0 voor Griekenland te kunnen worden.
Zoals gezegd een futiel voorbeeld, maar zeer illustratief. Blijkbaar heb ik soms een inflexibele houding en blijf ik te lang waarde hechten aan assumpties, die door logica weerlegd worden.

Zo zijn er natuurlijk meer voorbeelden en vormen van vooringenomenheid t.o.v. de realiteit. Een aardig voorbeeld is Schopenhauer, die een heel logisch betoog houdt in De vrijheid van de wil en in het laatste hoofdstuk Conclusie en hogere zienswijze voorbeeldig begint te raaskallen wat mij betreft. Het beroemdste voorbeeld is mijns inziens van Einstein. Hij komt op de proppen met E=mc2 en gelooft zijn eigen theorie niet, want “God dobbelt niet”. Daar is natuurlijk direct een workaround voor te vinden, (het lijkt aan toeval onderhevig, maar God heeft alles van te voren uitgerekend,) maar daar had hij grote moeite mee. Geen idee hoe hij dat uiteindelijk voor zichzelf heeft opgelost.

Ik ben weinig uitputtend in mijn betoog en misschien is dit enkel een klacht tegen de overwaardering van een mening. De resonantie uit de jaren 80 dat als je geen mening hebt dat je niemand bent staat me erg tegen. Een mens is zoveel meer dan zijn mening. Misschien post ik dit enkel uit aversie tegen alles wat zichzelf interessant genoeg vindt om een ander te willen overtuigen, of tegen de mensen die zich voor willen laten staan op hun mening.
Een mening is een ( beperkt) middel om iemand te leren kennen. Iemands mening kan mij beroeren om wat het vertegenwoordigt, maar tegelijker kan het me inhoudelijk volledig koud laten. De waarde van een mening is slechts een emotionele. Mocht ik me willen informeren omtrent een bepaalde kwestie dan heb ik enkel interesse in de voorhanden zijnde informatie en argumenten. Meningen voegen niets toe en kunnen op hun best de discussie vertroebelen.

Sarnix is een harde determinist

Het is af en toe wel fijn als je jezelf kunt categoriseren. Ik ben altijd atheist geweest, maar heb me nooit willen afficheren als atheist. De betekenis van atheisme is daar de oorzaak van. De positie van een atheist wordt bepaald ten opzichte van theistische denkbeelden/religies. En ik verhoud me niet tot religies.

Het boek dat mij het meest heeft beinvloed op dit gebied is On the freedom of the Will van Arthur Schopenhauer. Dit hele boek wordt eigenlijk in 1 zin samengevat door Friedrich Nietzsche: “Als je kunt willen wat je wil, door wat wordt dat dan weer bepaald?” In een notendop: de wil is niet vrij.

Na wat pagina’s op wikipedia gelezen te hebben kan ik nu eindelijk mezelf etiqueteren. Ik heb nooit geweten van deze stromingen en waarschijnlijk zijn het ondergeschoven kindjes in de filosofie, omdat het begrip “vrije wil” zo te pas en te onpas wordt gebruikt alsof de strijd tussen “wil (tot macht?)” en “vrije wil” al lang en breed in het voordeel van de vrije wil is beslecht.

Bij onderstaande illustratie kan ik nu eindelijk zeggen: ik bevind me in het middelste blauwe blokje!