Sarnix.Blog Rotating Header Image

dostojevski

Geen TV

Een tijdje terug dacht ik UPC te slim af te zijn. Ik heb mijn kabeltv opgezegd in de verwachting dat ik toch wel tv kon blijven kijken. En dan zonder dat het geld kost. Eerst een maand opzegtermijn en per 26 oktober zou het afgelopen zijn. De mevrouw aan de telefoon vertelde dat het signaal nog enkele weken doorgestuurd zou worden, maar dat het dan zou verdwijnen. “Ja, ja, mevrouwtje”, dacht ik nog. Nu op maandag 8 februari wil ik onder het eten het sportjournaal kijken en zie ik niets anders dan ruis op de tv op ieder kanaal. Ruim drie maanden na opzeggen blijk ik dan werkelijk afgesloten.

Voorlopig zal ik geen tv kunnen kijken en heb ik geen idee op welke termijn ik een nieuw tv-abonnement aan ga schaffen. Geen mogelijkheid meer om half leuke, half interessante programma’s. Het journaal zal ik wel gaan missen, net als het sportjournaal, maar al stukken minder De wereld draait door.

Vooralsnog vind ik het erg ontspannen en geniet ik er zelfs van. Net thuisgekomen van een wedstrijd zaalvoetballen en dan is het verleidelijk om half versleten op de bank wat te zappen en heen en weer te schieten tussen Pauw & Witteman en Nova en een of andere film, onderbroken door reclameblokken, die ik al een keer heb gezien. En dat kan nu niet! Fantastisch eigenlijk …. eh …. voorlopig.

Dus nu geen nederland 1, nederland 2, nederland 1, rtl nog wat, nederland 2 en dan toch maar weer nederland 1, want die ene gast zal nu wel aan het woord komen bij P&W, maar wat posten op dit blog en dan Dostojevski lezen. Schuld en boete, al bevalt de titel Misdaad en straf me beter. Hoe komt dat toch, blijf ik me afvragen, dat een russische romantitel zo verschillend vertaald kan worden? Is de oorspronkelijke titel zo ambigu of werd misdaad zo anders beleefd in het Rusland van de 18e eeuw? Is een misdaad direct een schuld t.o.v. de tsaar die ingelost moet worden met straf/boete?

Sarnix doet zijn beklag

Hoewel Sarnix niet alleen te klagen heeft, want hij heeft voor 15 euro het verzameld werk van Gerard Reve bij de Slegte kunnen kopen. En terwijl ik vanavond in “Op weg naar het einde” van Reve aan het lezen was, waarin het literaire wonderkind H.M. in voorkwam (Reve’s woorden), verzamelden zich in mijn hoofd gedachten rond deze H.M.

Het gaat natuurlijk over Harry Mulisch en dat Reve hem een literair wonderkind noemt is begrijpelijk, zeker bezien vanuit het moment van schrijven. Desalniettemin voel ik me altijd geroepen om het enthousiasme rond Mulisch wat te temperen. De oorzaak ligt hiervan ligt in een ver verleden. Ik was 19 jaar oud en reisde in die tijd veel per trein. Zo reisde ik op een zondagavond van Rotterdam naar Venlo, een 2.5 uur durend traject. Om deze te overbruggen had ik “Voer voor psychologen” bij me en was bijzonder, maar dan ook bijzonder nieuwsgierig naar de inhoud. Misschien van alle teleurstellingen in mijn leven was dat niet de grootste, maar dan toch zeker wel de grootste literaire teleurstelling. Een niemandalletje vol nietszeggendheden en ik kan me daar niet in genoeg tautologieen over uitdrukken.

Ik las dat zijn vader hem voorlas uit Schopenhauer toen H.M. 5 jaar oud was met de suggestie, of was het een insinuatie, dat H.M. een groot, zo niet de grootste, filosoof was. Ik las dat hij als geen ander de dialoog bij Dostojevski had bestudeerd en als geen ander in zag dat Aantekeningen uit het ondergrondse een kentering was in Dostojevski’s oeuvre. Over de dialoog van Dostojevski had hij niets te zeggen, behalve dat hij hem als geen ander had bestudeerd. En de genoemde kentering is voor iedereen en ook voor iedereen voor Mulisch zo klaar als een klontje en is een uitspraak die in ieder stukje proza gewijd aan Dostojevski kan worden teruggevonden.

Het probleem van H.M. is dat hij zichzelf als een bijzonder intelligent persoon beschouwt, waar hij op zijn best een redelijk intelligent persoon is. Zijn gedachten en ideeen zijn altijd bijzonder overzichtelijk in die zin dat de spanwijdte van zijn gedachten en ideeen altijd erg overzichtelijk is. Waar schrijvers als bv. Vestdijk en Hermans scherpzinnige personages neer kunnen zetten, daar weet H.M. consequent en nauwgezet de plank mis te slaan. Grote voorbeeld zijn Max en Onno uit De ontdekking van de hemel. Je kunt een buitengewoon intelligent personage neer willen zetten, maar je kan geen intelligenter personage dan je zelf creeeren. Zo kan hij Onno hyperintelligent noemen, maar uit zijn woorden en handelingen blijkt Onno toch maar erg gewoontjes in zijn intelligentie om over Max maar te zwijgen. (Ik overdrijf een beetje en noem Onno altijd een dumb fuck, maar dat voert net te ver.)

Terwijl ik zo mijn vertrouwde riedeltje over H.M. in mijn hoofd afdraaide bedacht ik me dat wat voor Mulisch opgaat voor wat wellicht als algemeen de top van de nederlandse literatuur wordt beschouwd opgaat. Mulisch is iemand, die boeken schrijft die ik niet hoef te lezen, maar die in TV-programma’s of interviews wel aardig is om te lezen, te zien of naar te luisteren. Dat geldt eveneens voor Leon de Winter, A.F.Th. van de Heijden en Cees Nooteboom. Stuk voor stuk interessante schrijvers om naar te luisteren en te zien, maar niet om te lezen, integendeel.

Net als in eerdere stukjes kom ik niet met een expliciete pointe. Geen statement over de huidige stand van zaken in de nederlandse literatuur. En Jan Siebelink laat ik vooralsnog ook met rust. Ik heb mijn beklag gedaan, pointes zoek je zelf maar (en dat is niet zo vervelend bedoeld als het wellicht overkomt).