Sarnix.Blog Rotating Header Image

Philosophy

Harry Merry & Anti-Oedipus

Disclaimert: N.a.v. een aflevering van de Snijtafel voor een verdere rehabilitatie van Harry Merry en een gedeelde kritische houding t.o.v. Man bijt hond d.m.v. een schizo-analytische benadering.

In Anti-Oedipus schrijven Deleuze & Guattari een genealogie van het moderne subject. Ze schrijven met en tegen vooral Marx en Freud. Van Marx nemen ze de kapitalistische beweging over. Het patroon van kapitalisme is die van een toenemende abstractie. Van gebruiksgoederen naar ruilgoederen via het abstracte ruilmiddel geld. Van ruilgoederen en geld wordt opgeschaald naar kapitaal. Kapitaal interesseert zich niet voor gebruiks- of ruilgoederen of geld in de enge zin van het woord. Kapitaal verlangt naar meer kapitaal. Van Freud nemen ze de libidineuze economie en het onderbewuste over. Ook nemen ze Oedipus deels over, want de centrale vraagstelling van het boek is: waarom verlangt een mens naar de onderdrukking van zijn eigen verlangen? Het antwoord had ik al min of meer weggegeven: door Oedipus, maar zonder Oedipus als een transcendente waarheid te accepteren.
De genealogie van het moderne subject is tegelijkertijd een onderzoek naar de mogelijkheidsvoorwaarden van de psyche. De psyche kent maar zoveel manieren om de werkelijkheid te synthetiseren (verbanden te scheppen). Er zijn 3 manieren: 1) connectieve synthese 2) disjunctieve synthese 3) conjunctieve synthese. Bij de connectieve synthese sluit het 1 op het ander aan. (en .. en) Bij een disjunctieve synthese heeft de psyche een logische ruimte geschapen waarin alternatieven naast elkaar kunnen bestaan. Het 1 kan, maar het ander ook. (en/of .. of/of) De conjunctieve synthese ontstaat bij een rest-energie. De rest-energie die niet kwijtgeraakt wordt internaliseert en creëert een subject. Dit subject springt in het rond (zou Nietzsche zeggen). Het is slechts gebonden aan dat ene verlangen. Echter, we leren al vroeg IK tegen onszelf zeggen en creëren een beeld van onszelf (a.d.h.v. Oedipus) waarin het subject wordt vastgelegd en niet meer rondspringt. (als .. dan ..)
De disjunctieve synthese is tweeledig. De inclusieve uitleg: Hij kan inclusief zijn (en/of) EN exclusief (of/of). De exclusieve uitleg: Hij kan inclusief zijn (en/of) OF exclusief (of/of). Bij een inclusieve synthese sluiten we geen mogelijkheden uit. We beperken onszelf pas als we een exclusieve synthese toepassen: man/vrouw, blank/zwart, heteroseksueel/homoseksueel. Niemand verlangt vooraf naar een exclusieve disjunctie of een wet. Als de wet eenmaal geïnternaliseerd is identificeer je je er niet alleen mee, je verlangt er ook naar. “[T]he introduction of the law into desire, and of desire into the law”. De wet functioneert als een filter (Oedipus). Dat wat er niet door past wordt buitengesloten, geprivatiseerd en creëert een slecht geweten. In Anti-Oedipus schrijven Deleuze & Guattari een schizo-analyse om dat wat buitengesloten is op te heffen, om een slecht geweten teniet te doen. De eerste positieve taak van de schizo-analyse is om dit filter op te heffen door het verlangen niet meer via het filter te laten verlopen maar direct aan te laten sluiten op sociale productie. En dat laatste is precies wat Harry Merry doet.

Harry Merry is iemand die een alternatieve top 2000 a gogo presenteert en zelf muziek maakt. Man bijt hond is bij Harry langsgegaan en heeft een item over hem gemaakt. Ik kende hem niet totdat ik een aflevering van de Snijtafel zag waarin de aflevering van Man bijt hond zorgvuldig op de snijtafel wordt gefileerd.
Harry Merry synthetiseert voortdurend op een inclusieve manier. Dé man draagt geen oogpotlood, maar Harry draagt oogpotlood. Dé gastheer trekt zijn sokken niet uit, maar Harry voelt er zich prettig bij. Harry maak muziek voor MBH en hij wil dat ze het goed kunnen horen: “Staat ie niet te hard?”
Man bijt hond deelt de werkelijkheid voortdurend op in exclusieve disjuncties. Het is dit of dat en Oedipus bepaalt. Harry is een beetje een gekkie, maar wij als kijker zijn dat niet. Harry gebruikt oogpotlood, maar wij mannen doen dat niet. Harry gebruikt moderne apparatuur (diskettes), maar wij gebruiken allang wifi en de cloud. Wij begrijpen de beelden en weten hoe we ons moeten gedragen, zo suggereert MBH. MBH schept zichzelf de illusie dat ze een beter/hoger/juister perspectief innemen. Vanuit een sociaal gewenst perspectief hebben ze volledig gelijk, maar dit perspectief is gebaseerd op een verlangensonderdrukking waar Harry Merry aan voorbij gaat. Man bijt hond handelt voortdurend naar abstracte sociale beelden en maatstaven zonder eigenheid. Het hanteert de wet zonder zelf zichtbaar te worden en blijft daarmee abstract. Het kwade geweten dat inherent aan deze verlangensonderdrukking is, wordt uitgeleefd op Harry Merry. Het kwade geweten wil gecompenseerd worden en heeft zijn aanhechtingspunt gevonden in Harry waar het zich van af kan zetten. Het betere/hogere/juistere perspectief bestaat slechts als Harry door MBH naar beneden wordt gedrukt.
Harry Merry gaat voorbij aan een abstract beeld van sociaal gewenst gedrag en lijkt geen last van een kwaad geweten te hebben. Hij gaat voorbij aan abstracte ideeën die gebaseerd zijn op exclusieve disjuncties. Harry weet de exclusieve disjuncties in zijn eigen leven fantastisch te vermijden, want waarom zou je je eigen verlangen willen onderdrukken? Het meest nadrukkelijk komt de inclusivieit van Harry Merry’s manier van synthetiseren aan het licht als gevraagd wordt naar de soort muziek die hij maakt en dat is: “Rock & Roll”. Er zijn volgens hem mensen die zijn muziek willen wegzetten met de predikaten “experimenteel” en “avant-garde”. Dat moeten ze allemaal zelf weten, hij verklaart liever boven de grond muziek te maken. Het is de absolute inclusieve disjunctieve synthese. Hij maakt Rock & Roll en Rock & Roll is een vlag die de lading dekt. Meer is niet nodig. Er zijn geen verdere onderscheiden nodig in subculturen (of/of), kledingcodes (of/of) of marge of mainstream (of/of). Je kunt je hier aansluiten (en/of) en je kan je daar aansluiten (en/of) en is alles boven de grond. Je kan naar deze Rock & Roll luisteren (en/of) en naar die Rock & Roll (en/of). Je kan zelfs naar de top 2000 a gogo van Matthijs van Nieuwkerk luisteren.

In psycho-analytische termen kan je stellen dat Harry Merry zich niet kan invoegen in de symbolische orde en vooral aanrommelt in de imaginaire orde. Maar wat doet het ertoe dat Harry Merry nog steeds bij zijn moeder woont, dat ie oogpotlood op doet en zijn sokken uitdoet waar je bijstaat? Harry Merry trekt zich niets aan van die sociale wetten en gaat zijn gang. En terecht, want er is geen beter/hoger/juister perspectief dan Harry’s perspectief; er zijn slechts andere perspectieven. MBH insinueert weliswaar dat dit perspectief bestaat door Harry Merry keer op keer te tonen waar hij de plank mis zou slaan, maar Harry slaat niet mis. Hij concretiseert zichzelf zonder zich te verliezen in abstracties. Voor Harry bestaan die beelden en wetten waaraan voldaan moeten worden niet zo nadrukkelijk en daarom slaat Harry alleen maar raak. Hij doet oogpotlood op, hij doet zijn sokken uit, hij maakt muziek, hij presenteert de alternatieve top 2000 a gogo en hij woont gewoon fijn bij zijn moeder.

Parafilie

Frankie R. lijdt aan parafilie. Hartstikke erg natuurlijk, maar ik had geen idee wat parafilie betekende. Ik niet alleen, ook de spellingscontroleur weet het niet.
Parafilie onbekend bij de spellingscontroleur
Wat ik wel weet, en de spellingscontroleur nog steeds niet, is wat de missionarishouding is. En ook wat de herkomst van het woord is, al blijkt volgens wikipedia dat er 2 herkomsten zijn. De versie die mij bekend was en me het meest plausibel voorkomt is deze: “Volgens het wijdst verbreide verhaal propageerden missionarissen deze positie onder de volkeren waar zij missie bedreven. Dit omdat bij deze volkeren het gebruikelijk was om op zijn hondjes te vrijen, wat door de missionarissen als iets dierlijks werd gezien.”
Er is geen tijdsvermelding in het wikipedia stuk over de missionarishouding, maar laten we ervan uitgaan dat deze dateert van ver voor alle emancipaties. En emancipaties zijn er geweest, zeker ten aanzien van seksuele voorkeuren en gedrag. Te beginnen met de positie van vrouwen en homoseksuelen en meer recent van transgenders. Je zou daarom verwachten dat een steeds vrijere seksuele moraal zijn weerslag vindt in de maatschappij en dat betekent ook in de wetenschap.
Echter, de DSM-IV (het grote boek der stoornissen en inmiddels al toe aan V) spreekt van verschillende parafilien, zoals voyeurisme, sadisme, masochisme. Een meer populaire benadering van parafilie is een algemene omschrijving, nl.: “Parafilie is de verzamelnaam van een groep seksuele gedragingen of fantasieën die over het algemeen als afwijkend van de heersende normen worden beschouwd. Hiertoe behoren (zeer) schadelijke gedragingen (en daartoe mogelijk leidende fantasieën), maar ook bestaan er geheel onschadelijke parafilieën.”
Terwijl iedere emancipatie-beweging draait om gelijkwaardigheid meent men/de wetenschap/wikipedia tegelijkertijd dat vandaag de dag iedere vorm van sexualiteit die afwijkend is als parafilie bestempeld kan worden. Daaronder vallen een hoop seksuele gedragingen. 1 van deze gedragingen is niet-penetratieve seks en dat is in de eerste plaats masturbatie. Eigenlijk is daarmee iedere vorm van seks een vorm van parafilie, al is er natuurlijk een grote uitzondering: de missionarishouding. De wetenschap en wikipedia zullen je niet beschuldigen van parafilie als je gewoon neukt zoals het hoort.

Sarnix doet iets niet goed

Voor mijn verjaardag kreeg ik een boekenbon in zo’n mooie envelop van de Selexyz. Meestal hoef ik niet zo lang na te denken en weet ik wel welk boek ik er mee ga halen. Het werd Difference & repetition van Deleuze. De middag dat ik in de stad was en bij Donner langs ging had ik de boekenbon niet bij me, wat me er niet van weerhield om Difference & repetition aan te schaffen.
Welk boek zou het dan moeten worden nu ik nog steeds de boekenbon in mijn bezit had? Ook dat wist ik wel: A thousand plateaus van Deleuze & Guattari. Na Anti-Oedipus wil ik dat toch ook heel graag lezen. Na mijn vorige bezoek aan Donner weet ik dat A thousand plateaus 24 euro kost en na de website van Amazon Duitsland weet ik dat het daar voor 18 euro te koop is, zonder bezorgkosten. Dus wat valt er vandaag in de bus: A thousand plateaus gekocht via amazon.de.
Nu zit ik nog steeds met een boekenbon waar ik een boek voor kan halen en waar denk ik aan? What is philosophy van Deleuze & Guattari. En ga ik die dan wel via Donner kopen? Nee, maar dat is alleen maar omdat ie niet meer verkrijgbaar is. In de toekomst dan? Wellicht, maar grote kans dat ie ergens op internet stukken goedkoper is …

Nietzsche

Er was een tijd dat ik veel Nietzsche las. Mijn favoriete boek was “Genealogie der moraal” kort gevolgd door “Voorbij goed en kwaad”. De mooiste anekdote is de keer dat mijn moeder de “Antichrist” wilde kopen als verjaardagscadeau voor mijn waarschijnlijk 19e verjaardag. Bij de enige en christelijke boekhandel bij ons op het dorp bleek het onmogelijk de “Antichrist” te bestellen. Niet heel veel later werd het voor mij zo’n 10 jaar stil rond Nietzsche. Ik las hem niet tot nauwelijks.

Door een college van Ger Groot over Nietzsche werd mijn enthousiasme weer aangewakkerd. “De vrolijke wetenschap” had enorme indruk op hem gemaakt en deed mij besluiten het boek te herlezen. Echter, ik strandde al snel. Ik kan het niet meer opbrengen. Het bombastisch geweld waarmee Nietzsche je om de oren wil slaan spreekt me niet meer aan. Het haast absurd grote gebaar waarmee hij zijn aforismen rondstrooit vinden geen weerklank meer in mij. De vorm stoot me alleen nog maar af en dat terwijl de inhoud bijzonder goed aan mij besteed is. Ik zou haast wensen Nietzsche te willen lezen zonder Nietzsche te hoeven lezen. Gelukkig biedt secundaire literatuur die mogelijkheid. Ik hoef me niet meer door de vorm heen te worstelen en bijkomend voordeel is is dat alles helder wordt gepresenteerd. Met name geldt dit voor “Vier ongemakkelijke filosofen” van Ger Groot.

Wat mij, naast de wil tot macht, het meest in Nietzsche aanspreekt is zijn perspectivisme. De absolute afwezigheid van absoluutheden. De wereld waar geen waarheid meer bestaat, maar enkel schijn. Waar God dood is verklaard en waar wij niets anders meer kunnen doen dan de werkelijkheid reduceren tot proporties waar we mee uit de voeten kunnen. Groot gebruikt in zijn boek het voorbeeld van een bloem die we waarnemen. We zien de bloem niet alleen,

“we plaatsen de bloem direct in een groter verband, in een klasse en een samenhang. Vanaf het moment waarop we het in onze geest fixeren en benoemen, maken we het tot een abstractie.”

De wereld is volgens Nietzsche een wereld van worden, een wereld die continu aan verandering onderhevig is. Merkwaardig genoeg maken we er met onze geest een wereld van zijn van, een statische wereld die niet in beweging is. Dat vraagt om enige opschudding. Onderstaande alinea komt rechtstreeks uit “Vier ongemakkelijke filosofen” en vind ik zo mooi verwoord:

“Maar wat, als de wereld van de dagelijkse ervaring – waarop dit kentheoretisch idealisme steunt – plotseling omvergeworpen wordt? Wanneer we door een totaal andere beleving worden gegrepen, met eigen beelden, een eigen schijn en een eigen noodzaak? Dan zou deze illusie in haar alleenrecht worden ontmaskerd en zou met haar alleenrecht ook haar pretentie verdwijnen. Als er meerdere werelden, meerdere waarheden mogelijk zijn, dan is er niet slechts een orde die ons richt, maar bestaat datgene wat onze ervaring en vervolgens ons handelen bepaalt uit een veelheid van mogelijke perspectieven.”

Hegel + Herakleitos = Lenin

Ik heb een tijdje alweer niets van me laten horen. Beetje druk gehad. Misschien vnl. in mijn hoofd, maar hoe dan ook, geen tijd gevonden om wat te schrijven. Ik had meerdere posts in gedachten en hopelijk kom ik daar binnenkort aan toe, al hebben de onderwerpen aan actualiteit veel te veel ingeboet.
Ik wilde het hebben over disproportionaliteit bij het conflict rond de Gazastrook en dan beargumenteren dat er onevenredig veel slachtoffers aan Israelische kant vielen (13) en niet aan Palestijnse kant (+/-1300). En ik wilde een post schrijven “aanbeveling tot faillissement” over de fusie van Watt en Waterfront. Wellicht dus binnenkort.
Nu wil ik enkel mijn enthousiasme over Lenin even kwijt en daarvoor c+p ik onderstaande tekst:

De gibkost – een oneindige flexibiliteit van het kennen binnen een omvattend concept van wat er is en wat er gebeurt – vormt voor Lenin een centraal punt in zijn leer van de dialectiek. “Eenheid van de tegenstellingen betekent volgens hem het erkennen (open leggen) van elkaar tegensprekende, elkaar uitsluitende, tegengestelde tendenties in alle verschijnselen en processen binnen de natuur (geest en maatschappij inbegrepen)”. De flexibiliteit van het kennen wordt juist gebruikt om te begrijpen dat het tegensprekende het elkaar uitsluitende is, dat ontwikkeling voortkomt uit de “strijd” van de tegenstellingen en dat deze structuur universeel is. De analytische kracht van het kennen wordt in dienst genomen van de vraag, waar en hoe men moet ingrijpen in de strijd die het wezen van de werkelijkheid uitmaakt.

De laatste zin is een zeer politieke en omdat het Lenin betreft kan ik het niet weglaten, maar ik heb er niet veel mee uitstaan. Alle tekst ervoor is geweldig: de alomvattende metafysica van de geest van Hegel samengebracht met de harmonische eenheid der tegendelen van Herakleitos in de primaire aanwezigheid van materie bij Lenin! Esthetica neemt bij het denken wat mij betreft een grote plaats in dit is esthetisch zeer verantwoord.

Geen contra causale realiteit

Naar aanleiding van een avond in denkcafe Arminius werd het me duidelijk hoe aanhangers van de vrije wil de vrije wil illustreren. In een eerdere post heb ik al gesteld dat ik een harde determinist ben. Ik geloof in determinisme en in de wil van de mens, maar niet dat die wil vrij is. Binnen bepaalde perken zijn we vrij om te handelen, maar wat dat handelen bepaalt is gedetermineerd en geenszins vrij.

De illustratie voor aanhangers van de vrije wil

Als eenzelfde situatie zich 2 maal voordoet kan een mens beslissen 2 maal anders te handelen. Deze stelling is min of meer zo geformuleerd. Er werden geen voorbehouden gemaakt. Toch ga ik er van uit dat aanhangers van de vrije wil hier zelfs nog voorbehouden bij maken, want er zitten nogal wat haken en ogen aan.

Onwerkelijke illustratie

Eigenlijk geeft het al genoeg reden tot wantrouwen als een denkbeeld slechts geillustreerd kan worden aan de hand van een volmaakt irreeel beeld. 2 volmaakt identieke situaties bestaan niet. 2 volmaakt identieke situaties suggereren dat niet alleen de mens op 2 momenten precies dezelfde is, maar ook dat de wereld in zijn totaliteit op 2 momenten precies dezelfde is.

De mens is geen constante

Een mens is niet dezelfde mens als die hij net was. In extremis kan je stellen dat je niet dezelfde mens bent als die je de vorige seconde was. Dit is moeilijk voorstelbaar, maar dat wordt al makkelijk als je jezelf vergelijkt met de mens die je vorige week, vorige maand, vorig jaar of vorig decenium was. Het is niet alleen dat de tijd invloed heeft op onze geest en lichaam, maar het zijn vooral de gevoelens, de gedachten, de ervaringen die we in tussentijd hebben gevoeld, gedacht en ervaren bepalen wie we zijn.

De wereld is geen constante

De wereld is op 2 momenten niet dezelfde wereld. Of zoals Heraklitos het stelt: je stapt wel in dezelfde rivier en je stapt niet in dezelfde rivier. Zeker in de huidige tijd, waarin ontwikkelingen zich razend snel voordoen, is het niet moeilijk om voor te stellen dat de wereld aan veranderingen onderhavig is. Het blijft onze wereld, de aarde, of onze leefwereld, onze habitat, maar tijd heeft onmiskenbaar zijn invloed.

Een niet ervaren van de ervaring

Daarenbuiten, mocht die mens zich kunnen onttrekken aan bovengestelde beperkingen dan nog is hij niet in staat zich op 2 momenten voor dezelfde keuze gesteld te worden, zonder de ervaring van de eerste keuze in zich te dragen. (Al ben ik nu geneigd de situatie vanuit het hoofdpersonage in Memento nog eens extra onder ogen te willen zien.)

Zonder voorbehoud nemen we nu de illustratie als werkelijkheid

Stel dat er een paralel-universum is, dat ieder moment een exacte kopie is van het universum, dat we kennen. Stel dat diegene die kopieen maakt er op een bepaald moment mee ophoudt en precies op dat moment staat persoon A op het punt beslissing X te nemen. Zou hij in de ene situatie kunnen beslissen tot X1 en in het paralelle universum tot X2 kunnen besluiten?

Aanname

De oplossing van deze vraag moet niet gezocht worden in externiteiten. Het gaat immers om de vrijheid van de wil en zo die bestaat dan bevindt die vrijheid zich in de mens. Persoon A heeft in de ene keer een duidelijke voorkeur voor X1 en in de andere situatie voor X2. Het mag geen keuze zijn tussen lood en oud ijzer.

De vrije wil

Aanhangers van de idee van de vrije wil stellen dat het antwoord op bovengestelde vraag “ja” luidt. De situatie doet zich voor dat persoon A de ene keer X1 kiest en de andere keer X2.

  1. Kun je dan nog stellen dat er een duidelijke wil aanwezig is of is het eerder onverschilligheid, die ertoe leidt om 2 verschillende mogelijkheden te kiezen in dezelfde situatie? Kiezen uit onverschilligheid kun je moeilijk aanmerken als een wilsuiting als er een bewuste keuze gemaakt moet worden.
  2. Dan moeten we concluderen dat het gaat om een duidelijke wilsuiting.
    Als dat zo is, kun je persoon A nog wel als wilsbekwaam beschouwen als hij zowel een duidelijke voorkeur heeft voor X1 als een duidelijke voorkeur heeft voor X2 kiest in exact dezelfde situatie?

Wiskundige notatie

Aanhangers van de vrije wil concluderen: X1>X2 en X2>X1. Al houd ik niet heel erg van wiskundige notaties en heb ik mijn voorbehouden bij logica, toch kan ik me hier in vinden om zo te stellen dat er geen vrije wil is.

Merleau-Ponty in de praktijk

Onderstaand stukje is gekopieerd uit de college-tekst van Awee Prins

Allerlei gedragingen, van het eenvoudig ‘vinden’ van de deurknop tot het meer gecompliceerde auto-rijden en piano-spelen, worden niet gedragen door bewuste akten, maar door een pre-reflexief, lichamelijk georiënteerd “kunnend-weten” dat aan de reflexie vooraf-gaat en dat ons leven eerst werkelijk draagt.

Gisteren maakte ik mijn lunch klaar: 2 maisboterhammen besmeer ik licht met mayonaise, op beide boterhammen leg ik plakjes oude kaas, die besmeer ik licht met curry , op 1 van die boterhammen doe ik gegrilde yorkham en daarop een berg rucola. Boterhammen op elkaar, beetje aandrukken en het grootste gedeelte van mijn lunch is gereed.

Mijn lichaam weet dat ik hard moet schudden om de curry uit de fles moet krijgen, omdat hij bijna leeg is. Mijn lichaam weet dat, maar denkt daar verder niet bij na. Het is nl. kunnend-weten. Zo weet mijn lichaam niet dat ik een nieuwe fles curry heb moeten aanbreken. Het kan het evt. kunnen voelen aan het gewicht, maar het zijn vooral mijn hersentjes die voor de realisatie moeten zorgen. Mijn hersentjes laten het op zulke momenten altijd afweten. Reflexie is niet altijd aan hen besteed en dus ligt er een enorme plas curry op mijn boterhammen.

Altijd lachen met Sartre

Het Niets “is niet”, het “wordt gezijnd”. Het Niets brengt zichzelf niet in de wereld. Het zijnde waardoor het Niets in de wereld komt is een zijnde dat in zijn zijn een vragen is naar het niets van zijn eigen zijn – het zijnde waardoor het niets in de wereld komt moet zijn eigen niets zijn.

Een mening

De reden dat ik geen mening verkondig is omdat meningen mij doorgaans niets bieden. Daaruit volgt de gedachte dat mijn mening anderen evenmin iets te bieden heeft. Mijn mening heeft waarde voor mij en daar houdt het op.

Meningen bieden mij niets, omdat ze niets vertellen over de werkelijkheid zoals wij die kennen of zoals die zich aan ons voordoet. Een mening zegt iets over de persoon die hem aanhangt. Zoals ergens eerder gezegd geloof ik niet in de vrijheid van de wil en daardoor ook niet in de vrijheid van een eigen mening. Er is een situatie, er is een bepaalde mate van kennis en voorhanden zijn van argumenten. Daaruit volgt je mening en daar heb je geen keuzevrijheid in.

De factoren die een mening maken zijn wellicht beperkt, maar ik kan geen uitputtende lijst geven. De voornaamste zijn persoonlijkheidstructuur (bij gebrek aan een minder vage duiding), intelligentie, bekendheid met de materie, voorhanden zijn van argumenten/perspectieven, gemoedstoestand, geldingsdrang (al kan je dat onder persoonlijkheidstructuur plaatsen), sociale omgeving en vooringenomenheid.

Intelligentie is doorgaans de meest opzichtige eigenschap, die zich laat kennen. Dat behoeft geen betoog, dunkt me. (De eerste keer dat ik “dunkt me” gebruik. Moest gezegd.) Bekendheid met de materie of de hoeveelheid kennis, die iemand heeft van een onderwerp heeft, zegt vooral iets over een persoon in verhouding tot de waarde die die persoon aan zijn mening lijkt te hechten. Nu kan je die hoeveelheid kennis nog opsplitsen in parate kennis en kennis, die iemand zich heeft moeten verwerven door er tijd en moeite in heeft moeten steken. De mate van het moeite getroosten is ook een bron van kennisgeving. Wil iemand zichzelf van informatie voorzien? Wil iemand die informatie in een sociale context gebruiken, op wat voor manier en houdt het daar op?

De aardigste eigenschappen, die van invloed op een mening zijn, vind ik de gemoedstoestand en vooringenomenheid. Waarschijnlijk omdat mijn eigen mening nogal wil muteren aan de hand van mijn gemoedstoestand. In vroeger tijden hield ik er ook een rationele mening op na, maar sinds jaren gun ik mezelf de vrijheid van een irrationele mening. En het gehele politieke spectrum is van mij, van links tot rechts. (Al zijn er stromingen waar ik me nooit bij thuis zal voelen.) Het voordeel van een irrationele mening is dat hij oprecht is en dat je je daarbij thuis kunt voelen. Een redeneertrant kan zijn: “Ik voel dat ik deze mening heb en daarom is deze mening mijn mening. Ik heb geen argumenten om hem te verdedigen en ik heb geen argumenten om jouw mening in diskrediet te brengen, maar ik voel dat mijn mening juist is en ik weet niet waar de schoen wringt, maar jouw mening is een leugen.” Dit lijkt een oppervlakkig praatje, maar de ervaring leert, zoals al gezegd, dat het een oprechte mening is. In de politiek zal het geenszins werken, maar in mijn persoonlijk leven kan ik er behoorlijk mee uit de voeten. Mensen kunnen schamper reageren, maar uiteindelijk moet je de waarheid vinden waar jij mee wilt leven. (Voorgaand voorbeeld is vooral een goed middel om je niet mee te laten slepen in een vervelende discussie, waar je geen zin in hebt.) Ik heb gezegd er is geen keuzevrijheid in je mening, maar je kunt je bewust worden van de immateriele waarde die een mening/waarheid voor je kan hebben en deze aanhangen omdat hij waarde voor je heeft. Zo’n mening is doorgaans vele malen interessanter dan een rationeel verhaal, dat van voor naar achter is dicht gemetseld. Omdat een mening toch maar een verlengstuk van je ego is brengt het ego duidelijker onder het voetlicht en daarin zit de oprechtheid. (De laatste zin is kort door de bocht. Ik weet het.)
Aardiger dan de gemoedstoestand is de vooringenomenheid van de mens. Hierin komt zijn irrationaliteit volledig tot bloei. In veel gevallen wil dit tegen de borst stuiten, omdat het vaak getuigt van gebrek aan zelfkennis of andere vormen van kortzichtigheid. Vooringenomenheid kan je vooral tegenkomen op de opinie pagina’s van kranten en kranten/tijdschriften, die ingezonden brieven publiceren. Bij het laatste is het doorgaans het ventileren van een mening, wat soms zelfs gelijk kan staan als het luchten of ruchtbaarheid geven aan bepaalde gevoelens. De eerste (en ik moet bekennen eigenlijk alleen bekend te zijn met de NRC, maar grote kans dat het ook opgaat voor andere dagbladen) zijn doorgaans meer essayistisch van aard. Er is een inleiding, eventuele referenties naar eerdere publicaties, een lijst van argumenten voor en tegen en uiteindelijk de conclusie. Deze conclusie is vaak in staat volledig los te komen van al het voorgaande. Hoe helder een situatie geschetst ook wordt mensen zijn in staat om er een al even troebele conclusie aan te verbinden. De situatie an sich is helder, maar zodra hun persoonlijkheid er mee aan de haal gaat is er grote kans van een weinig oprechte houding t.o.v. het eerder geschrevene en bepaalt hun vooringenomenheid hun positie.
Uit mijn eigen leven zal ik een futiel voorbeeld geven, wat indirect een opmaat is voor wat 1 van mijn volgende posts zal worden (Thierry Henry, de meest overschatte voetballer van dit decennium)).
In 2004 was er het EK voetbal in Portugal. Griekenland en Frankrijk zouden elkaar treffen. Mijn analyse vooraf. Griekenland speelt zeer gesloten, met linies dicht op elkaar, geven weinig ruimte weg, krijgen weinig doelpunten tegen en scoren iedere wedstrijd wel een keer. Frankrijk weet tegen verdedigende ploegen het spel niet te maken, hebben veel ruimte nodig als team en zeker de spitsen (Henry en Trezeguet), ze scoren heel moeilijk en krijgen iedere wedstrijd wel een doelpunt tegen en Desailly heeft het langste haar van de basisspelers. (Dit is veel grappiger dan op het eerste gezicht lijkt.) Zo beschouwt is een 1-0 winst van Griekenland bijzonder voor-de-hand-liggend. Ondanks deze analyse dacht ik dat Frankrijk zou winnen, terwijl ik geen enkel argument daarvoor had aangedragen, maar Frankrijk heeft goede voetballers en Griekenland eigenlijk niet. Griekenland heeft uberhaupt niets op het EK te zoeken (en toch vind ik het leuk dat ze hebben gewonnen.) Als ik een poule had moeten invullen had ik mijn geld op 1-0 voor Frankrijk gezet. Uiteindelijk won Griekenland met 1-0 en dat was volmaakt logisch. Niet dat voetbaluitslagen gebaseerd zijn op logica, maar achteraf leek dit niet anders dan 1-0 voor Griekenland te kunnen worden.
Zoals gezegd een futiel voorbeeld, maar zeer illustratief. Blijkbaar heb ik soms een inflexibele houding en blijf ik te lang waarde hechten aan assumpties, die door logica weerlegd worden.

Zo zijn er natuurlijk meer voorbeelden en vormen van vooringenomenheid t.o.v. de realiteit. Een aardig voorbeeld is Schopenhauer, die een heel logisch betoog houdt in De vrijheid van de wil en in het laatste hoofdstuk Conclusie en hogere zienswijze voorbeeldig begint te raaskallen wat mij betreft. Het beroemdste voorbeeld is mijns inziens van Einstein. Hij komt op de proppen met E=mc2 en gelooft zijn eigen theorie niet, want “God dobbelt niet”. Daar is natuurlijk direct een workaround voor te vinden, (het lijkt aan toeval onderhevig, maar God heeft alles van te voren uitgerekend,) maar daar had hij grote moeite mee. Geen idee hoe hij dat uiteindelijk voor zichzelf heeft opgelost.

Ik ben weinig uitputtend in mijn betoog en misschien is dit enkel een klacht tegen de overwaardering van een mening. De resonantie uit de jaren 80 dat als je geen mening hebt dat je niemand bent staat me erg tegen. Een mens is zoveel meer dan zijn mening. Misschien post ik dit enkel uit aversie tegen alles wat zichzelf interessant genoeg vindt om een ander te willen overtuigen, of tegen de mensen die zich voor willen laten staan op hun mening.
Een mening is een ( beperkt) middel om iemand te leren kennen. Iemands mening kan mij beroeren om wat het vertegenwoordigt, maar tegelijker kan het me inhoudelijk volledig koud laten. De waarde van een mening is slechts een emotionele. Mocht ik me willen informeren omtrent een bepaalde kwestie dan heb ik enkel interesse in de voorhanden zijnde informatie en argumenten. Meningen voegen niets toe en kunnen op hun best de discussie vertroebelen.

Sarnix is een harde determinist

Het is af en toe wel fijn als je jezelf kunt categoriseren. Ik ben altijd atheist geweest, maar heb me nooit willen afficheren als atheist. De betekenis van atheisme is daar de oorzaak van. De positie van een atheist wordt bepaald ten opzichte van theistische denkbeelden/religies. En ik verhoud me niet tot religies.

Het boek dat mij het meest heeft beinvloed op dit gebied is On the freedom of the Will van Arthur Schopenhauer. Dit hele boek wordt eigenlijk in 1 zin samengevat door Friedrich Nietzsche: “Als je kunt willen wat je wil, door wat wordt dat dan weer bepaald?” In een notendop: de wil is niet vrij.

Na wat pagina’s op wikipedia gelezen te hebben kan ik nu eindelijk mezelf etiqueteren. Ik heb nooit geweten van deze stromingen en waarschijnlijk zijn het ondergeschoven kindjes in de filosofie, omdat het begrip “vrije wil” zo te pas en te onpas wordt gebruikt alsof de strijd tussen “wil (tot macht?)” en “vrije wil” al lang en breed in het voordeel van de vrije wil is beslecht.

Bij onderstaande illustratie kan ik nu eindelijk zeggen: ik bevind me in het middelste blauwe blokje!