Sarnix.Blog Rotating Header Image

Jef Geeraerts in de jaren ’80

Jef Geeraerts heeft wat mij betreft een aantal uitstekende boeken geschreven. Met name zijn Gang Green serie, waarover kamervragen zijn gesteld in het Belgische parlement, is fantastisch. Als je Belgisch Kongo nog niet kende, dan biedt deze reeks een aardige inkijk. Naast zijn meer literaire en auto-biografische werken heeft hij ook een misdaad reeks geschreven, waarbij Vincke en Verstuyft de hoofdrollen spelen. Nu heb ik gisteren een aantal boeken gekregen, waaronder de eerste misdaad cyclus van Geeraerts en ben ik de avonturen van Vincke en Verstuyft aan het herlezen. De avonturen van Vincke en Verstuyft zijn aardig om te lezen, maar niet geweldig. Het zijn net iets te typische romanpersonages. Ze zijn net iets te goed en te cool om nog leuk te zijn, en dan met name Vincke. Ze hebben het net iets te goed voor elkaar om nog interessant te zijn, en dan met name Vincke.
Deze Vincke en Verstuyft zijn werkzaam bij de politie en lossen een hoop moorden op en zijn meer dan slechts roman personages; het zijn alter-ego’s van Geeraerts en dan met name Vincke. De ander, Verstuyft, is “een grote blonde, zwaargebouwde man met een rose baby face en een worstelaarsnek, die alleen nog een deukhoed mankeerde om de rol van een onversaagde private eye te vertolken in een gangsterfilm van de jaren dertig”. En als hij zijn regenjas uitdoet dan “spant zijn balzer om zijn massieve borst.” Geeraerts zelf is niet groot of breed, maar valt eerder smal en klein te noemen. Verstuyft kan je daarom niet direct afserveren als een alter ego van Geeraerts zelf, maar op veel plekken kan je lezen over de bewondering voor fysieke kracht, behendigheid, reactiesnelheid, etc. Verstuyft is niet een domme kracht, maar een van gezondheid blakende blonde halfgod, die eigenlijk best verlegen is en daarbij nog aimabel.
Vincke daarentegen is nauwelijks te onderscheiden van Geeraerts. Hij heeft alles voor elkaar, doet precies wat hij wil, is voor niemand bang, heeft een mooie en welgestelde vrouw met een eigen carriere als binnenhuis-architect, en heeft zelf ook nog een zeer respectabele carriere waarin hij de samenleving beschermt tegen sinistere moordenaars die slimmer denken te zijn dan de wet. Hij heeft “een gaaf, verzorgd gebit”, zijn huid is “zonnebank zacht bruin”. Zijn gezicht heeft “iets innemends”, wat komt door zijn mondhoeken die iets omhoog staan. Hij heeft een “Romeinse neus in combinatie met donkerblauwe ogen-en-kastanje-bruin-haar, dat hij een tikje te lang droeg voor zijn functie”. Want ondanks dat hij heel goed is in zijn werk blijft hij heel nonchalant. Vincke is eigenlijk te cool om waar te zijn. En dat blijkt dan ook bij herlezen. Vincke is supercool in de jaren ’80, wat niet zo gek is, want Trap is in 1984 uitgebracht. In Trap beschrijft Geeraerts de kleding waarmee hij op zijn werk verschijnt: “Het bestudeerde contrast tussen zijn rose hemd, knalblauwe das en het okerkleurige leer van zijn Versace-jasje was bevredigend”. En opeens is Vincke eigenlijk best wel weer leuk.

Be Sociable, Share!
  • Twitter
  • Facebook
  • email
  • StumbleUpon
  • LinkedIn
  • Reddit
  • Tumblr
  • Google Bookmarks