Sarnix.Blog Rotating Header Image

June, 2008:

Verticaal uitzicht

Het is alweer te lang geleden dat ik hier iets gepubliceerd heb. Hoe langer geleden hoe lager de criteria. Desalniettemin zal ik niet vervallen tot het verkondigen van een mening. Ik houd niet zo van meningen, althans .. niet zo van rationele meningen. Een aforisme van Nietzsche is: “Het is al moeilijk genoeg om mijn meningen te onthouden, laat staan mijn argumentaties”. En mocht het zover komen dat ik een mening verkondig dan zal het waarschijnlijk gepaard gaan met een argumentatie en dat is niet zo makkelijk voor mij. Ik wil weleens moeite hebben om mijn gedachten te structureren en mijn axioma’s staan doorgaans zover van wat algemeen als waarheid of waarde/norm erkend wordt dat er eigenlijk geen beginnen aan is. Ik zou natuurlijk een keer een rijtje axioma’s kunnen publiceren als referentiekader voor verdere posts, maar ik dwaal af.

Een paar dagen geleden heb ik mijn terras in de achtertuin iets uitgebreid en nu heb ik een goede plek waar de zon ‘s middags staat totdat hij ‘s avonds laat achter de bomen en daken verdwijnt. Op die plek staat mijn ligbed. En toen ik daar vanavond lag en mijn ogen open deed kwam ik erachter dat ik daar een aardig verticaal uitzicht heb.

Verticaal uitzicht

Korting

Vandaag liep ik de We Fashionstore in, waar rode billboards duidelijk maakten dat er een 50% sale gaande was. Op de 1ste verdieping rijen broeken, t-shirts, blouses, shorts etc. en overal zei het: “sale solden soldes”. Eenmaal bij de kassa met 2 broeken, 3 overhemden, shorts en een shirt bleken de zaken anders in elkaar te zitten. Er is pas sprake van korting als

  1. het in het rek hangt waarop aangegeven staat dat er korting is,
  2. op het product zelf een rode tag is aangebracht met de tekst “sale sale sale sale sale”,
  3. er op het prijskaartje een nieuwe prijstag zit die de nieuwe prijs aangeeft.

Van alle producten die in de rekken voorzien van borden met “sale solden soldes” was slechts een marginaal gedeelte in de uitverkoop en deze ervaring riep een herinnering bij me op.

Mijn vader woonde in1990 nog niet zo lang in Chicago en mijn broer en ik waren bij hem voor een paar weken op bezoek. Hij woonde betrekkelijk dicht bij het centrum, tussen North Clark Street en Lake Michigan. En op een dag gingen we op pad om zijn badkameruitzet aan te schaffen. Hij wist een “Action“-achtige winkel van enkele hectare groot in mijn herinnering. De reclamefolder toonde foto’s van de producten, waar hij naar op zoek was. Na een uur rondbanjeren in die supermarkt/megastore/fabriekshal had hij 2 karretjes bij elkaar gesprokkeld vol badkamer artikelen en liepen we tevreden naar de kassa en ook daar bleken de zaken anders in elkaar te zitten. Mijn vader had alles uitgezocht in bruin en beige en op de foto’s in de actiefolder was duidelijk te zien dat het om lichtblauwe artikelen ging, ergo geen korting. Na enig soebatten met de cassier duwde hij de winkelwagentjes terug de winkel in en zei: “Jodenstreken zijn het. Jodenstreken. Daar werk ik niet aan mee.”

Ik wil hier geenszins insinueren dat mijn vader anti-semitische gedachten of gevoelens er op na hield, integendeel. Hij had een zeer expliciete waardering voor Israel en zijn bevolking. Desalniettemin weet ik dat hij vandaag gezegd zou hebben: “Jodentruken zijn het, Sarnixie, jodentruken. Niks kopen daar. Het is de enige macht, die je als consument hebt.”

Fietstassen en We zijn weer thuis

Nu ik per 1 september ga studeren en credit en debet enigszins in balans moeten komen heb ik alvast mijn auto de deur uitgedaan. Nu ben ik gedwongen mijn boodschappen op de fiets te halen en omdat mijn supermarkt 3km fietsen is (dat kan in de stad als ik de creditzijde in de gaten blijf houden) heb ik fietstassen aangeschaft. Fietstassen zien er per definitie niet uit, dus liet ik me bij de aankoop de eerste beste aanleunen en eenmaal thuisgekomen bedacht ik me dat ik geen slechtere keuze had kunnen maken. Ik rijd op een paarse Batavus, die mijn vader na zijn overlijden niet meer nodig had, met zwart/oranje sportieve fietstassen.

Het kan voorkomen dat je voor een aloud dilemma komt te staan: stijl vs comfort. Bij boodschappen op de fiets met fietstassen zijn beide gereduceerd tot nul. Geen stijl en geen comfort. Vandaag was de 2de keer dat ik zo mijn boodschappen deed en ook al was ik op mijn discoolst het interesseerde me bijzonder weinig. What’s cooler than bein’ cool? Ice cold! om met Andre 3000 te spreken. Ik was ijskoud en vooral op de heenweg. Op de terugweg, dus met fietstassen volgestopt met een scala aan producten van de Aldi, begon het te regenen. En ook al heeft de fiets een hoop extra’s hij is niet overdekt. ( I.p.v. air-conditioning opteerde mijn vader destijds voor de automatische piloot.)

Nu kan een lezer denken dat Sarnix minder tevreden is met zijn leventje. Geen auto meer, kilometers ver discool boodschappen doen in de regen, maar er zijn te veel redenen om dat niet te zijn. Om derden niet te betrekken in dit verhaal zal ik volstaan met een praktisch heugelijk feit: “We zijn we weer thuis” is terug op de buis!

14 jaar geleden werd de laatste aflevering van de serie uitgezonden en die avond was ik in Ruigoord. Ik sliep bij een vriend, die op het huis van Hans Plomp paste. In de plaatstelijke kerk, het culturele centrum, werd een toneelstuk opgevoerd door Theatergroep Hollandia met o.a. Dick van den Toorn (Thijssemans) in een hoofdrol. Later terug in het huis van HP aten we¬† pitabroodjes met kip en groenten en keken we onder steeds meer invloed naar Terminator 2. Ik kon er wel mee leven dat Arnold na verslagen te zijn op “alternate power” kon recupereren, maar daar waren de meningen over verdeeld.

Ik weet dat ik in de keuken stond toen ik werd gebeld met het nieuws dat Pim Fortuyn was vermoord. Ik weet dat ik in een boekhandel aan de Meent was op 11 september 2001 en dat een medewerker, die met een transistorradiootje het nieuws op de voet volgde, mij op de hoogte bracht. En evengoed weet ik waar ik was toen de laatste aflevering van We zijn weer thuis werd uitgezonden.

Moke

Pinkpop ging dit jaar zoals ieder jaar bijna volledig aan mij voorbij. Het enige wat ik zag was een minuut interview met Moke. Moke was dit jaar de huisband van De wereld draait door en dat was een hele verbetering t.o.v. Roel Nogwat met zijn keyboardje. 1 keer speelden ze een Beatles nummer in een Velvet underground-achtige versie en dat kon mij wel bekoren. De Beatles laten mij doorgaans volmaakt koud, maar zijn in een Velvet underground-jasje goed te verteren.

Een tijdje terug had ik de cd van Moke gedownload, maar bij beluisteren ervaarde ik stante pede verveling. Het kon op geen enkele manier boeien en zelfs als achtergrond muziek wist het nog te irriteren. Eigenlijk begreep ik het niet helemaal hoe dat zo kwam. Tot het interview op televisie. Ze vonden Pinkpop geweldig en ze wilden nog 1 ding heel graag en dat was The verve zien en toen was mij alles duidelijk.

En dan nog iets: er zijn bands die de naam dragen van een liedje van een andere band. Dit doet doorgaans nogal fantasieloos aan, waarschijnlijk omdat ik het niet zo goed begrijp. Zo heb je Eric’s trip vernoemd naar een nummer van Sonic youth, Gravenhurst vernoemd naar een nummer van David Pajo en Pullman en ook Caribou vernoemd naar een liedje van The pixies. Die eerste 2 zijn meer dan de moeite waard, maar vanwege de futloosheid die van de naam Caribou uitgaat heb ik die band altijd genegeerd.

Als ik mijn band zou vernoemen naar een nummer van The pixies zou dat zeker niet Caribou geweest zijn. Eerder The bone machine, hoewel je daar een metalband bij verwacht. Of anders Tony’s theme, niet omdat dat nummer zo geweldig is, maar als bandnaam klinkt het wel. Misschien zou het Paco Picopiedra geworden zijn. Of Paco picopiedra La muneca.

Maar goed, het negeren van Caribou was achteraf gezien geen verstandige keuze. Caribou is waanzinnig.